Toen de vraag gesteld werd of ik interesse had om éénmalig een klein watertje te bevissen waar weinig van geweten was en waar nog maagdelijke vissen rondjes zwemmen, twijfelde ik geen moment en antwoordde volmondig, … ja!

Wanneer Kurt van Cauwenbergh vertelde waar het gelegen was, zag ik onmiddellijk het watertje al voor ogen. Rustig gelegen in een achtertuin met een massa aan lelievelden en een obstakel van een omgevallen boom.

De overhangende struiken en bomen maakten het volledig af en vormden een robuust beeld van deze omgeving. Hier had ik al meerdere malen voorbij gefietst en nooit durfde ik te stoppen om te vragen of ik toch niet één maal hier mocht vissen. Het domein was eigendom van de ouders van Jeroen, een vriend van Kurt die hij leerde kennen in de fitness waar beiden maar al te graag wat kilo’s metaal de lucht in zwieren. Wat mij verbaasde is dat een bakkenjager en targetvisser als Kurt durft af te wijken naar een visserij als deze. Dat getuigt van groot respect, zowel van zijn zijde terug naar de essentie van het karpervissen als van mijner zijde. Dat een gerenommeerd visser die tal van 30 kilo vissen en andere bekende targets op zijn naam staan heeft, nog interesse toont in deze visserij…chapeau!

Zonder enige kennis van het bestand werd de aanpak besproken en met volle moed gingen we dit avontuurtje tegemoet. We zagen beiden al vele karpers op onze onthaakmat passeren. Dressuur dat kenden de vissen niet en waarschijnlijk vielen de aanbeten de hele dag door. Dit was het mooie scenario dat we in gedachten hadden! Bij aankomst in de gietende regen, wat ook al niet bevorderlijk was om vis te detecteren zat de moed nog steeds goed. Uren verstreken maar de aanbeten bleven uit.

Wanneer de regen plaats ruimde voor zon dachten we toch al eens een karper te kunnen spotten! Not..! Af en toe viel de vraag al eens of er wel karper zou zitten, kroeskarper alleszins, die hadden we al. De avonduren moesten het gaan doen, bij schemer rekenden we op springende vissen die hun hotspots zouden verraden. Not..! Lichtjes in het haar krabbend, werd de tent opgezet om er een nachtje aan te breien.
Half de hoop opgegeven gingen we de nacht in en wanneer we ettelijke uren slaap achter de rug hadden, kreeg ik een volle fluiter door via de ontvanger.
De eerste vis hing! Midden in de nacht, wie had dit nu gedacht? De vis op het droge en juist in de bewaarzak geplaatst, ging de hengel van Kurt ervandoor. Op nog geen twee tellen had ik zijn stok in de hand, maar Kurt die nog goed lag te pitten hoorde niets. Al drillend begon ik de andere lijn door zijn beetmelder te halen zodat hij toch gewekt zou worden via zijn ontvanger om tot bij zijn stokken te komen. Terwijl uit de verste hoek van de put de vis pijlsnel onze richting uit kwam gezwommen, zat deze al voor onze voeten bij de aankomst van Kurt. Enkel scheppen hoefde nog te gebeuren, het doorgeven van de stok had niet veel zin meer. Wat eigenlijk een beetje jammer was voor Kurt vond ik, maar hij zelf zat er niets mee in. Misschien zat er nog een herkansing in na het terug plaatsen van beide hengels.

 


De nacht vorderde en een derde aanbeet bleef uit, waarschijnlijk zal er maar een zeer klein bestand karper aanwezig geweest zijn. Dit heeft dan ook weer het voordeel dat er misschien toch een iets dikker exemplaar zou kunnen rondzwemmen.

Zo, dit alles verteld in een notendop hebben we er beiden toch van genoten en zijn we weer een ervaring rijker.

Onderschat nooit een klein watertje en het vangen blijft nog steeds afhangen van de vissen in kwestie zelf!!!

Steven Baert